—i paer

£

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC. Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag. 234 L 37 [1]

Y European Be

S ref oc sy Oo onIn othneek Den Haag

Copyright © 2011 Pro

Early European Books

s reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.

1

L37 [1]

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek Den Haag 234 L 37 [1]

Early European Books, Copyright © 20 ProQuest LLC y Pyrig

Images ref oduced | courtesy fe) Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

234 L 37 [1]

DE at tre ms

2011 ProQvest LLC of Koninklijke Bibliotheek, Den He

9*

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC.

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

É s 5 ij ij

ed

Sd *

+

„>

% n

4

cd FR

_ * 5 % ÁA

_

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC. Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.

234 L 37 [1]

_ De

eneen re een

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC. Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC. Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.

234 L 37 [1]

|

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC.

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag. 234137 111]

53 1336

| Noodige Vernederinge

MENSCHEN.

Verheffinge van Gods genade,en bekentenis | ê van fijne rechtvaerdigheydt:

Waecr in de waerhept ban de Erf-fandesen ber

| cheyden

andere gewichtige berfchillen / daer aen —— en groote naerftighent werden berhandelt.

n * A

Geftelt tegende Pelagiaenfche Weder-dooperen.,

mam ——

Doch alſoo, dat het gheheele Boeck van D.V: Coornhert pn Van de vreemde fonde, waer mede ſy haer plegen te behelpen : Als ook,wat fy van de Remvonftrantenen Socinianen meer kon- den ontleenen, op het uyterfte wert wederleyt,

Maer bp gaet een Aenhangfel , handelende ban de verzegelin⸗ ghe des berbondts dooz den Doop aen de kinderen, |

Door Marcum BoErHa vr, in fijn leven Dienaer Ieſu Chriſti der Gemeynte tot Medenblick.

Van nieus overſien, na de nieuwe Overfettinge des Bybels verbetert, en van veele druck*fauren geſuyvert.

VAM M,

Vooꝛ GERBRAND SCHAGEN, Boerkberkooper inde Kalverſtraet / tegen over't Weeshups, 1661,

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

In tlicht gegeven , na voor-gaende vifitatie ende approbatie, volgens den 55. Articul der Kercken-or- deninge.

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

| Allen getrouwen Lief-hebbers der Waerheyt, var wat ftaet ofte waer fy mogen wefen , zy genade en vrede van God onfen Vader en

den Heere Ieſu Chrifto. Achthare Heeren, Eerwaerde Vaders,

Beminde Broeders ,

En Satan tot allen tijden met If groote naerftigheyt en veel- voudige liften gearbeyt heb⸗ bende ; om niet alleen de ek kracht van de leere der waer- eGodfaligheit is,teverydelens;

h maer oock defuyverheydrder felve, daer hyfe niet gantfcheliek kan wech nemen, te befoedelen of vervalfchen, om alfoo op d'een of d'ander wijfe de zielen te ver- ftricken; wetende altijdt fijne inftrumen-

ten te vinden die hem daer in dienen:heeft

| |

de H. Mannen Gods,door welcken ons de H. Schiifture is na-gelaten „oorfake gege- ven-het volck des Heeren te waerfchou= ven, datfy acht nemen fouden,niet alleen op de wegen die fy moeten houden in ha-

Early European Books, Copyright © 2011 ProQvest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

VOOR-REDEN

Col 2.8.

twee dingen, in het vermanen door de ge-

fondeleere, ende in het tegen-ftaen van de A&zoat Verleyders. Sy moeten de Schapen Chri- PE fi leyden ende de Wolven her hooft bie- den: moeten een ooge hebben op de wey- den daer hare kudden gaen , een ooge op

nen houdentegen de vyanden. Ende hoe- wel het eerfte het voornaemfte 1s waer op

ligheydt der menfchen , niet en kan nage-

diet hier Iten werden :’ten zy dat yemant meene nebe 15: datter weynigh aen gheleghen ishoemen gelooft, het welck voorwaer een groot en gevaerlijck onverftandt foude weten. Dit

alfoo zijnde, ick en hebbe niet te vreefen,

dar het yemandt vreemdrt {al duncken, indienick naerftigheydtdoe, om, nahet ‘gheene my de Heere ghegeven heeft, vol-

ghens het exempel van foo veele ghetrou- we Leeraers aller tijden , te | | at

J mr * Ee: - ——

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

zeb. 3.15: den door menfchelijcke wijsheyt. Omde _ felveoorfakeis het , dat het Ampt vande Tiersto Herders der Gemeynte gheftelt werdtin

de heyden daer de Roovers fchuylen: 4 moeten met de eene handt bouwen aen « des Heerenhuys, metdeandere de wape-

fy moeren letten , het andere nochtans is dickwijls foo nodigh dat het fonder trou- welofe verlatinge des Herder-ampts, ende fchandelijcke achteloosheydt over defa. |,

Des «Autheurs.

“dat ick niet weygerigh en ben, de wa- “if penen, die ons in het Wapen-huvs des grooten Koninghs voor-geleydt werden, te handelen tot teghenftandt der gheener eej die fijne Waerheydt ende Kercke beftrij- den, ineenen tijdt die overvloeyende in swf alle Ketteryen, oock de alderforghelijck- ſte die den Satan oyt heeft konnen ver- wt wecken , meer- dan eenighe voor-gaende ſulcks van ons vereyfcher. Voorwaer het wakis niet anders dan de noodtíaeckelijck- heydt des tijdts , ende de Confcientie wel mijns Ampts die my daer toedrijvet :de at welcke anders verdrietigh ben over de et verfchillen , dickwijls wenfche ({oo het ord moghelijck ware) dat wy der felver een- mael mochten ontflaghen wefen , ende lulcks gheftelt ben , dat ick meer ney- we} ge tot andere manieren vanftudien, be- „el ftaende in eenvoudighe onderfoeckin- „t ghe ende ernfthaftighe naervorfichingen at der dinghen , welcker weteníchap in „alle gheleghentheden profijtelijck ende vermaeckelijck konde wefen : Waer ad dn», lieve Godt, war foudemen al kon- wi nen voorderen , wanneer men daer aen „4 alle dien tijdt mochten befteeden , die il Wy nu menighmalen aen de Difpuyten „{ moeten hanghen. Niet te min of het rf | X 3 Sera

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

VOOR-REDE N J gheraden was dat ick my, oock met ſchrij. ven;tegen de vyanden der Gereformeerde | Kercke foudeftellen, dat waseen fake die |“, by my groot bedencken hadde. Want het |“ iseenen arbeydt die van feer weynige na | behoren wert gewegen, ende Van niemant | 4 foo wel en werdt gheapprehendeert, of. { te den gheenen diefe op- neemt en falfe noch veel meer gevoelen, in befwaringhe fijner finnen, en verfwackinghe fijns lig- | * chaems:nadien het in der waerheyt anders * niet en is, dan ghelijck een keerfe hem ſel- ven brandende verteeren, op dat menan- 4”

| deren diene. Men moet hier nietalleen het | lichaem moede maecken, maer oock het 4 ** hooft breken metde fpitsvinnigheden der partyen wel te overwegen bequamelijck te ontdecken, krachtelijck te wederleg- |-« ghen,op dat de antwoorde onfe beftrij= } ders niet verachtelick zy,endedengenen 4 # die men wapeneh wil aengenaem en dien- ſtig moge wefen. Het mochte my eenigh- ſins eenen moet maken, dat de Opfienders u der Gemeynten dickwijls begeert hebben dat de Schriften der Dwael-geeften, die | a eenigh periculfchenente maken, fouden | wederleyt werden : datde Synodenfelve | ex verfcheyden mael belaft hebben, eenighe |! | derfelver, welcker fchadelickheydt haer 4 | | voor

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Le | 234 L 37 [1]

Des Autheurs.

voor quam, te beantwoorden : willende daermede de fporen geven aen de geene, die, van de forgelikheyt van andere fchrif- ten kennifle hebbende, couragie hadden om daer tegen haer pont in’t werkte ftel- len.Doch daer tegen ftondt wederom defe bedenckinghe, dat het eer verdrietigh is het oordeel te moeten onderworpen we- fen van eene menigte waer onder by-na fo veel (innen als hoofden zijn,en elck pleegt het vonnifle te {preken na dat de affecten lopen. Ick bevinde dat onfe alderberoem- fte Schrijvers dickwils daer over geklaegt hebben, ende nauw lijcx iſſer yemandtdie

wt nietenklaegt vande lichtvaerdige, waen-

wijfe, ofte oock wel liefdenloofe berifpers. Den eenen heeft eenige Momos ontmoet, die felfs een volmaeckten Venus niet en fouden onberifpt laten, al fouden fy het maer nemen op het kraken van hare {choe- nen. Eenen anderen heeft Theonis tanden ghevoelt, ofte Archilocht bitterheydt ghe- fmaeckt, ofte d'al te groote wijsheydet van eenen Ariſtarchus onderworpen geweeft. Eenen derden heeft moeten lijden, dat ee- nen Diogenes met hovaerdige nederigheyt fijne eergierigheyt quanfuys quam beftraf- fen. En wat zijnder tot allen tijden Zoilí geweeft, die felfs eenen Homerum niet ver-

% 4 ſcho⸗

Early European Books, Copyright © 2011 ProQvest LLC

s reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Image 234 Ll 37

[1]

Early European Books, Copyrigt by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Images reproduce 234 L 37 [1]

ht © 2011 ProQuvest LL

C

VOOR-REDEN

fchoonen ! Het foude te langh vallen alles

te verhalen wat onfe Schrijvers wel kla- ghen : Die curieus is wat meer befcheydts daer van tehebben ,leefe in plaets van ve-

len Teelings Voor-reeden op fijn Nootwendich

Vertoogh, ende het geene hy daer uyt alfle- dio verhaelt. Defe bedenckinge was ghe-

noegh om my de penne uyt de handtte

flaen. Want heefter foodanighe Mannen foo gegaen, die ick onwaerdigh foude we-

fen het handt-watertelanghen, wat ftaet

my te verwachten > Den aert der men- fchen , voornamelijck in defe tijdt , is feergereet eensanders Werck te verkley- nen: oockis’teen lichtefaecke, die geen groot verftandt noch veele gheleertheyde van doen heeft, hier of daer wat te beri- fpen, al waret oock dar de berifpinge eeni- genfchijn hadde : daer-en-boven het gene die Mannen noch heeft geholpen, dat ont- breeekt my , namelick de grootheydrt ha- res naems ende haren wel - verdienden roem, die haer felfs by de teghen-{prekers

aenfienlijck maeckt. Maer fal men om

foodanige bekommeringen nalaten fijnen naeften te dienen, ende de gheene diede

Waerheytliefhebben, behulpigh te zijn?

Indien defe of diergelijcke bedenckingen plaetfe werdt ghegeven, wat fal het wefen | | met

Des LAutheurs.

“sj met den gheheelen Kercken-dienft, die “ef altijdt veelderhande op-fpraecke heeft “af moeten dragen? ende hoe veele; foo pu- dit} blijeke bedieninghenals byfondere plich- “aj ten foudemen moeten nalaten, nadien de ie} felve nooyt foo wel en konnen werden “eef waergenomen,dat niet veele onrechtvaer- mij dige berifpingen ende lichtvaerdighe oor- wij deelen daer over en fouden gaen? Wy we zijn tot het ghemeene befte verbonden, vel waermen dat kan bevoorderen en moet- vel men fich niet te foecken maecken, hoe ‚8 weynige fy oock mochten wefen die’t ge= | ne t'haren beften ghedaen werdt behoor- lijck erkennen. De redelijcke fullen ten { minften daer teghen danckbaer zijn :ende …8 indien men veele ondanckbare ontmoet, het fal een bewijs wefen van een onver- „8 winnelick herte , fulcks voorfiende niet te „8 verflaeuwen, ende hoewel meteygen gro- te ongherijven eens anders nuttigheydt te beforgen, aehtende dat de fchoonfte ende voornaemfte vrucht vande deught te we- fen, indien men veele , hoewel met wey- ‚$ nigh dancks ende gheen voordeel , kan profijtelick zijn. Doch in defe gedachten

kt Zijnde, quam my voor , dat mifichien vee- ‚4 Ten mijnen arbeyt foude overtolligh fchij- nen, nadien hedenfdaecghs van alderhande É ae; mate.

ee European Books, Co er right © 2011 ProQuest LLC ges reproduc sd br ed esy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag * u

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC

\

VOOR-REDEN

materien fo veel is gefchreven,dat’er niets en fchijnt te konnen toe-gedaen werden. Waerop fommighe fouden antwoorden, dat het profijtelick is dat , oock over de felve ver- Schillen, van werfcheydene Mannen verfchey- den boecken werden gemaeckt met eenen anderen Hylbehoudens het felve gheloof, op dat de faecke ſelve tot veelen kome, tot-defen fus ‚tot genen fo:

gelijek MAuguſtinus fpreeckt lib. 1. de trintt.

cap. 3. Maer ick hebbe meerder reden:

want het geneick hier principael verhan-

dele, iseen van de nootfakelijcke punêten der leere, een grondt van veele andere, en

hereerfte dat wy behoren te weren, fonder

welck wy noyt de genade Godts recht be-

kennen nochte fijne rechtvaerdigheyt ee-

renfullen. Een ftuck waer op eertijts Pela- gius groot gewelt gedaen heeft:waer op de Coornbertften noch dagelijcks ftormen,

en met fijne wapenen oock de Hanfiten :

waer tegen haer de Socinianen mede kan- ten, en de Remonftranten met de felve hoe langs hoe meer, derhalven is’t noodig dar het wel beveftight werde. Doch hetis

onsdickwijlsgeklaeght van verfcheydene

anders wel-geoeffende perfoonen,dat haer van de Hanſijtſe Wederdopers en Coorn- her: iften fulcke dingen voorquamen, waer opfy gheen antwoorde vonden by eenige e STEE Schrij-

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

a 234137

[1]

Des MAutheurs.

58 Schrijvers die fy konden bekomen: na- dien de ſelve, haer voegende na haren tijt, hare bewijfen in defe materie maer korte- lick geftelt en de tegen-redenen met ghe- lijcke kortheyt wederleyt hadden. Wy fel- veonfe Schrijvers na foeckende, die wy meer hadden dan fy, vonden het daer ook foo geftelt. Wy hoopten dat de Predican- ten van Delft,die vele met Coornhert gehan- delt hadden , eenige Schriften fouden na- ghelaten hebben die ’t ghebreck mochten vervullen;maer overal inde principaleSte- den van Hollant daer na vernomen en ge- focht hebbende,wy en hebben niet gevon- den, het ſchijnt datꝰt gene fy diesaengaen- de geſchreven hebben niet is in Druck ge- komenen foo verloren geworden. Noch- taús ’t was hoognodig datmen een krach- tige antwoorde foude ftellen teghen Coorn- hert en and’re beftrijders vande Erf-fonde, fo om dat men geen befcheyten hadde op fommige tegen-werpingen en aenhoudin- gen die eenigen bekommerden en van ce- nighgewichte fcheenen te wefen,als oöck omdat Coornherts Difcipulen roemden dat fijn Boeck Vande vreemde Sonde onweder- leggelick was, dat de Predicanten noythet hert hadden gehaddaerop te antwoorden;

dat fygeen moet hadden daar tegen te be- 8 ftaen,

En Pd «

* ä— * * De , e Ca J J * Em, 2 * J

——

—“ * ——

J J * Ger

-

a . t

ep

hk

ee ne OE A

Early European Books, Copyright © 2011 ProQvest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 Ll 37 [1]

EN. j 2 * kk } ; F

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC.

VOOR-REDE N

ftaen, &c. Het faldan eyndelick hierop 5

aenkoomen: Indien eenighemaerder ant- woorde nodigh was, of ick niet dwafelick gedaen hebbe dien laft op mijne fchoude- ren nemende, daer foo veel geleerde Man- nen waren die daertoe veel bequamer wa- ren ? Waer over niet nodigh is veele rech- terste roepen, wantickfal niet weygeren mijne dwaesheit te belijden indien ick den laft hebbe opgenomen, doch vertrouwe dat yeder my daer van fal vry-fpreken die weet hoe ick daer aen ben geraeckt. Want verfcheyden Lief-hebbers der Waerheyrt, waer onder oock Leeden waren van onfe

Kercken-raedt, welckereen nu oockinde

Vroedtfchap isdefer Stadt, klagende dat fy in hecftuck van de Erf-fonde, tegen het gene haer uyt Coornhert enandere wel voor quam,niet genoegh gewapent waren;heb- ben my dick wilsgebeeden, dat ick daer o- ver foudefchrijven ‚op dat Coornherts ghe- fellen in haren roem mochten geftuyt, en- de fy bequaem ghemaeckt worden om de felve her hooft te bieden. Ick hebbe het langen tijdt gheweygert, verklarende dat daer tae een gheleerder Penne noodigh was dan de mijne. Maeralfoofy niet af en lieten ende t'elckens wederom haer ver- foeck vernieuwden, hebbeick , om *

“AEN

Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

Des LAutheurs.

vend fen laft te ontgaen, ende die Broederen ej nochtans t&pcontenteeren , aenghenoo- tend men te fchrijven aen D. Zohannem Iunium, “8 die fijne dapperheydt tegen Socinum loffe- lick ghetoont hadde : Doch fijn E. excu- feerde fich op fijne ongheleghentheydt. Alfoo zijn meer dan twee Jaren verloo- pen : Na welcke ick , alfoo de verfoeckers noch bleven aenhouden , ghefchreeven hebbe aen den E.D. zacobum Triglandiune, die mer fijne Schriften wel getoont heeft hoe fijn E. in dufdanighe verfchillen is ge- oeffent ; foo dat wy met recht oordeel- den datmen geen bequamer tot dir werck konde vinden. Maer dewijl fijn E- te- gen twee partyen ghelijck was in-gefpan- nen , eenen uyt het Paufdom, eeren uye

de Remonftranten, ende eerftdacghs van beyden eenen nieuwen aenval hadde te verwachten , foo heeft fijn E., fich met groot recht excufeerende my ghe- focht te couragieeren om felve de hande aen ‘t werck te flaen. Ten laetften hebbe

„4 ick het, nalangheaerfelinghen, aenghe- ‚‚ noomen in ‚den Name des Heeren, 4 (wiens hulpe ick oock in den voort-

| ganck merckelick gevoelt hebbe) en« ‚de ghedaen het gheene ick hier gheve: Maer alfoo, dat het nu by-na ten eynde zijnde

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

VOOR-REDE N

Zijnde omtrenteen gantfch jaer, dooree- | nighe voorvallende hinderinghe, by my heeft ftille gelegen ende foo foude gheble= © ven hebben, ten ware dat de gheftadighe *, f aenhoudinghe dergeenerdiedaernaver- *, | langhden my gedrongen hadde om het o- | verigete voltrecken. Derhalven , gelijck dit werck niet overtolligh is, alfoo is het

Oock van my niet lichtvaerdigh aengevan=

gen: hoe geluckelijck ick nudaeringear- 7“

beydt hebbe ftaetden befcheydenen vers we

ftandigen Lefers te oordeelen. Ickenkan

anders nietfegghen , dan dacick naerftig- ·

heyt ghedaen hebbe, omonfebewijfente dr

verftercken tegenalle tegen-{prake, en der

partyen tegen-redenenen alleaenhoudin= 4

gente wederleggen, op het alderuyterſte

en krachtighfte als mijne gheringheydtis ui

mogelik geweeft, op dat de onfe niet licht

wat {oude voorkoomen, in defe materies

waer op fy noch eenige antwoorde moch:

ten vereyfchen, liever hebbende wat lang

tewefen, dan datdenleer-gierighen yets

foude door kortigheydt ontbreken. Áen:-

| gaende de maniere die ick houde (want hetisnodigh daer van oock een weynigte fpreken ) mijn fchrijven gaet met namen teghen de Weder-doopers van Hazs de Rújs gevolgh : want.hoewel mijn voor-neemen

Cy-

at bape

——— J

md ü— nes 4

nd

Eke 4

NSM de %

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC ced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Images reprodu 234 L 37 [1]

Des Auntheurs. dejeyghentlijck was Coornherts Boeck wan de

e andere hebben doen blijcken, ick ochte haer billick met namen aentaften, ie doch in der daedt aengheraft werden anneermen Coornhert wedetleght. Maer ademael fy gaeren de eenvoudige plach- en door eenige voor-oordeelen van onisaf e trecken, ' t welck fy hier voor defen vee- wete gefocht hebben te doen , hoewel fy daer nu ftilder zijn : het dochte my goedt;cer etek tot het principael quam, de felve tegen egaen, met een aenwijfende hoe forghe- K het is fodanige menfchen gehoor te ge- en ente volgen , en dat men op haer felfs „gerfcheyden voor-oordeelen kan maken. „in de principale materie hebbe ick niet al- Heen ‘ghelet op Coornhert en Antoni Tacobfz. „gaaer waer ick noch yets vondt by de Soci- ‚Manen, Remonftranten ofte andere, dat in er niet en wasbeantwoordt, ende haer enichfinskonde helpen het zy in’t beve- Higen harerdwalinghe, ofte in’taenvech- en van onfe bewijfen, ofte in’t vervormen Van haer gevoelen ende verklaringhe, dat gd hebbe

sd

2 man BEE Nardie ane vor B

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

Early European Books, Copyrig! d by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Images reproduce 234 L 37 [1]

ht © 2011 ProQvuvest LL

ee ee ez

_ ' f

VOOR-REDEN

hebbe ick mede ontmoet : alfo ons wel be- kent is, dat de Hanfijten foodaniger fchrif- be ten dickwijls ghebruyeken „foo verre dat bot fy eenighe Leeraers hebben die fy felfs niet & en fouden derven van Socinileere vry hou # „o den. Waerom ick van die drie verfchillen, & u die achter de verfchillen ; tot d'Erf-fonde: pre behoorende,volgen,in’t korte hebbe ghe- fu handelt, werdraenghewefen Pag. 612. in welcke kortigheydt den Lefer nochtans, 4 ghelijck ick hoope , cenigh profijt fal vins bu» den. Het geene hier tot cen Aenhanghſel bygaet, van de verzegelinge des verbondts aendkn

de kinderen, (waer onder fich mengen kor-

te maer nutte difcourfen van de Menſih-

werdinghe Chriſti, vanhet Eedt-fweeren, van —FF

het overheydts-ampt)) is daer uyt ontſtaen,

dat eenige die fomtijts met de Weder-do-

peren te doen hadden, gemerkt hebbende ®…

dat ick verfcheyden dingen hadde aenge-

tekent, voornamelick tegen Antoni Iacobſo 9

dewelcke (fo fy meenden) haer dienſtiger

konden wefen dan’tgene fy dies aenggen-

de in andere hadden ghevonden : my ver-

maent hebbendefelvete vergaderen, op.

datfe metde klad-pampieren nieten ſou-

den vergaen , oordelende (hoewel van die,

verfchil veele is gefchreven ) dat nochtans

dit nieten foude overtollig zijn. Ik he my, 1

ICCF”

Nm 2 ——

En 3

5 J * ES 4-3 FE

N

| Des Autheuys.

„dicht laten bewegen, ten deele om de gee- neo dieſe wilden nafchrijven vande moey- „Ate teverloflen, ghelijck daer in oock licht ‚teenighfeylkan vallen, waerom ick daer ‚Jaen weynigh behaghen hadde: ten deele, „gomdarde Weder-dooperen haer felven in dit verfchil wel-aldermeeft toe vertrou- "»pwen, ende meenen onverwinnelick te we- ven , voornamelick mer het Boecxken van Aantoni tegen Fobertam Fuppium, daer fy ge- Wwoldigh op roemen, haer inbeeldende dat uꝙpius daer op maer ter loopen heeft ge- “Yantwoort, niet door oorfake van beter oc- cupatien, maer om dat hec hem te krach- tigh was. De fake hebbe ick gearbeyt alfo Ate verhandelen, dat de Weder-doopers “ner Cn konden ſegghen yets, dat eenighe racht hadde, voorby gegaen te zijn. Dat Ack fomeijdts Coorzhert en Antoni wat fcher- elick ghehandelc hebbe is ghefchiedt uyt orſake van hare birterheyt inꝰt fchrijven. ndien den Lefer hier of daer meent eeni- „Be weder- verhalingen te vinden van’tge- o elders gefeyt was, hy fal oock bevinden

| dar Mijne partyen my.daer toe hebben ge-

„drongen. | Reſfeert, datick U. A. E. ende L. die mijn Schrift magh voorkomen, bidde, her „ilfelve mer Chuftelicke toegenegentheydt | t'ont

J

J

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC produced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Image 234 L 37 [1]

VOOR-REDEN t'ontfangen van den geenen, die niet an- ders en heeft gefocht dan ‚foo veel in hem was, foodanige behulpigh te wefen,diede 4“, | waerheydt gaeren willen leeren grondigh ij beveftighenen befchermen:endedatniet \' | in eenige nieuwe ofte onnodige diſputen, maer die nootfakelick zijn, ende over lan- #’… | ghe de Kercke des Heeren hebben geoef- & . ij fent : daer beneffens op fulck een wijfe dat ghy daerin geen ander partyen en hebtte verwachten, dan die met de gemeene lee- ® re onfer Leeraers ende Kercken niet te vreden en zijn, hoedanighe doch nieten « fullen beftaen , de kracht der waerheyt die ® wy voor-ftaen grooter zijnde dan dat fy © daer tegen yets fouden vermogen. Welc- © ke ick wenfche dat ghy met rechten ver- ftande mooght bekennen , forge dragende % datde lafteringe die veele daertegen wer- # den uyrgegooten , ende de fchandelijcke 4 ghevolgen waer medefy befwaert werdt, & nochte voor het ghevoelen der Kerckeen 4 werden gehouden (gelijck fomtijdts door ® onvoorfichtigheyt gefchiet ) nochte (ghe- lijck dick wils den fwacken ghebeurt ) ye- 5 mandt eenigen aenftoot en geven. Waer.

by foo ghy metter daedt de kracht defer lecre laet blijcken , in ernftige vernederin= | ghe uwesfelfs, in danckbare erkenteniflë | van { |

FEEN En. *

I I Ie

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Images reproduce 234 L 37 [1]

Des Autheurs.

Yufran Godts genade,in ootmoedige aenbid- linge fijner rechtvaerdigheyt, ende forg- vuldige waerneminge van uwen wandel: dine Moeder de Ghemeynte fal haer in u watverblijden als in rechtvaerdige kinderen, ien Satan fal met Schaemte wijcken moe- enten, ende fijne inftrumenten fullen met Chande beftaen, daer-en-tegen de zeghen les Heeren fal over u vermeerdert wer- wilen , dat men fien fal De rechte Godt zy te wslZion. Deeeuwige Godt, Vader, Soone, ende Heyligen Geeft, geve hier toe fijne genade. Amen.

Gegeven tot Medenblick den 18. dagh van Herfffmaent, 1636.

4 5E Re

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

E E Kess. VE,

Op het geleert endegrondigh Werck

D. MARCI BOERHAVIK' | e Genzemt das AGED ANP Noodighe Verneederinghe, Kc. |

IXais de reden niet geheel enis bedorven |

Lndien de danchbaerheydt niet gantfchenis verfborven:

Indien’t noch) eere is te brengen in den druch |

Een wel-bearbeyt werck,een goedt en nodigh fluch + Soofal BOERHAV 1 penyonderden recht-gefinden,

Met groot recht, door dit Boeck ooch lof en eere winden ; By rypeoordeelaers, die naerftigh merchen aen, En wat hy hierbepleyt, enhoe hy?t heeft gedaen;

Waer in fy inder daet iet fonders fallen merchen Bk

Eenvrijp) een hloech verftandt) tot [tichting van Godts Kerchen: Een yoeriglngemoer, voorftaende Godeseer | | Fegend hovaerdigheyt, van Coornherts fnoode leer.

Fy gact geen plaets"voorby, die onfe Perfettiften ; * *

Hanfijt, Pelagtaen, flerchtegen onsbetmiften::…

Hy fcheyt'er ooch niet van, of heeft foo veel geſeyt,

Dat mie flechts oogen heeft, fhordat hy bouenleyt. | Lief-hebbers van Godts Kerchy hoedanigh ghy moocht weſen, Ontfangt dit Werch in danchy verfisymet niet telefen:

'z Welch tot beken des quaedts, ons ſte rche wapensgeeft f

Dat door des Duyvels lift ons eerft ontwapent heeft. A

I. UrsriNus. MK

| di

X je 7 Pd,

KOM ENE | W AerGodt fijn Kerchebout, daer plantet oock bezijden J Den Satan een Capel, om 'eenemael omveer Te werpen 't fondament van Godes reyneleer;, Door heymeliche lift, of openbaer beſtr dem Wat heeft Pelagi geef? Godts voich nu lang doenlijden * En woedt de felve niet noch daeghlijcx meer en meer * Enarbeythaer ver giftte voeden, alfoo feer Datnaeum een vrome ziel voor dwaling fsch han mijden ? Hoe nodigh is het dan, dat Mannen wan verftandt, Door Godes Geeft verlicht, met een geleerde handt Dees Pefte tegen gaen, toeftoppende de haechen Des duyvels? onder wien met recht magh zijn geftelt | BOER HA v E,die den roem der menfchen nedervelt Endor dit grondigh Werch Gods eer foecht grootte maechen. Saligheydt voor al.

N O-

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC. Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 {1]

J Pag: z Noodige Vernederinge

DES

MENSCHEN,

Cot

erheffinge van Godtsgenade, ende be. kentenis van fijne Rechtvaerdigheyt.

I. TSAMEN-SPRAECK,

Saende ober de Pooz-oordeelen / die het naſpo⸗ ven Der waerheydt mochten hinderen,

De t'Samen-fpreeckers zijn, s EUSEBIUS. ASTERICT US.

Uſebius. Hoe iſt al / Aſtericte? wilt De onvatte ref SUP noch uwen naem niet verande⸗ FOS! men

foecken te

iet veel goets v J de Predicatie. Dit maeckt mp uwent· halven bee

rechte kennis der waerhepdt te komen : bert oock $ Bent heden uptghekomen/ om u wederom, gelijck * ickwils gedaen hebbe / te vermanen⸗ſot moge⸗

* is te ſtercken / ende mp daer toe tot alles aen te

Ee en Watu daer in / Ban ’t ghene mp ban Godt gez : enis /foude moghen helpen. Of Bodt gaver dat bras ter ten name mocht beranderen / ende Eufte- * Zzynde welbeveftight in de geſonde woor⸗

A After

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC - veed by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

Images repro 234 L 37 [1]

2 Noodige antwoordt Í

| Pile Afteriëtus. Ghy doet gelijck uwen name betaemt/ / Eufebi, ich weet u Dies grooten danck / Dat ik vecht * Li Godtvruchtigh weſen / Dat men niet alleen felve Gode Po woopt lief heeft ende ſoeckt te beleven maer oock voe ſynen naeften neerftige ſoꝛge daarght. Wat mp aen⸗ gaet / ick en wil niet ontkennen / dat ick noch in muue twyfelmgen ſteke; ’twelck ooch d oorſaecke is / dat

ghÿ mp wepnigh in uwe ltercke ſiet. Ende om rond

upt te ſpreken / mijn ſmaeck en ig Daer foo goedt niet /

als mel voor deſen. Evenwel ick Wil u garen hoozen

Willen foo ghp wat hebt vaor te ſtellen want u vꝛiendeljcx facht ghe- ende opzecht Gerte ig mp Wel bekendt,; Ick worde pandelt ſomtydts aengeranft ban eenige pperaers uwer ge⸗ * DE mepnte/ maer fp doen mp eer ongheruſter worden / Dan met hen over-cen-ftemmmen/ obermits ſy te hard uptvaren / ende te Scherp fpzeken. Met u kan ick beter wark zaten. mar

Eufebius. Aadat ick dan upt uwe woorden bemerc⸗ pui ke / men maet u foetjens handelen : maer (hoewelick /⸗ upt enchel mede-lijdert ende ſorge voor u/ tot u kome / ſonder eenige paſſie) ick Wilde nochtans wel dat gon vaak ghedacht / Gee fwaer Get is / eenen Die De leugen Var herten vyandt ig en voor de waerheydt ybert / altyde even ſacht te ſpꝛeecken / voornamelijck als Ip hars peen. delt teghen onwetenheydt of berblinthepdt/ Die Doors ve Bardnechighept onverwinnelijck ig, Waer vanghp er

niet ghefeel vey en zt / ghelyck ick ſelve ghendegh

hebbe bevonden: want dickwyls Lan mp onderwe us fen / ende fo Verre overtupgbt zijnde/dat ghp de waer⸗ heydt moeſt de eere gheven / ghpen hebtſe nochtans

niet gehoorſaem gheweeſt. Als men dan overdenckt / en met bekommeringhe ter herten neemt / m wat peseta, richel ghy u werpt; alg men bevindt Dat ghp u epa,

gen gedachten niet den woorde Godts onderwerpt/ var,

maer niet wepnigh daer tegen opwerpt/ghp en moek tio miet verwonderen indien De Waoyden fomtijdts Wat Hb fcherper gaen alg gemeenten praet. a Moeren —— Afterictus. Wat perijckel melt ghy mp 4 is De faligs —— 3t hept alleen bp u-lieden te vinden? Kk in CN Eufebius. Ghp faudt beter ten propooſte vragen | ei

J

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

op de Voor-oordeelen.

“dufbffe bp ons mel te binden is, Want iffe bp ons te vin⸗ eere se dl ten „mat behoeft menfe elders te faechen? Daeram Gligveye: antwooꝛt mp felf eens / wort in onfe Yterche den wegh berew Ner verdoemeniſſe geleert/ ofte Worden wy daer ge⸗ maswefen op den wegh der ſalighept? | | waag Afterictus. Ghp vraeght mp /’t gene ick onlanghe * edn der Wederdoopers (fo menſe noemt) bkr. ' Euſebius. Sa hebt ghp dan al geleert wat gp ſult Lets twoorden. Allterictus. Ick en doe / want ick en konde geen ron⸗ ude antwoorde bekomen. we Eufebius. Dat is wonder / nadien doch Chriſtus t welck de d'Apoftelen ban Dierghelijcke ſaecken mel ber; de Heet laringhe gedaen Gebben, welche defe lieden Loorpna- zoe, elujck maeften navolgen / nadien fp fo groote maen: on:ken- p Boen / om De lupden Lan onfe Uercke af te trecken, ver- „nd Dele onder haer ons de Werelt naemen / oufe Leer aers vleeſchelycke Leeraers / ende haer Dolck als often alsde Ghemeynte pryſen en verheffen. Is dan „pack bupten De eenighe ware Gemepnte de ter ſalig⸗ eypdt genoeghſame leere ban de H. Deie eenighepdt / „span den perſoon en het ampt des middelaers/ van de enade Godts en den wegh ter falighept 4 hed ERD en wilde noch 't een noch ’t ander ſeg⸗ Ee ‚ek Eufebius. Bedenckt dan hoe gualijck deſe lieden „aen/ dat fp de eenvoudig he ban Die Keere ſoecken af “ketrechen ( pberende quanfups Boop de falighept Ber enſchen) Welekte fp nochte derven / nachte konnen erooꝛdeelen als ber ſaligheyt hinderlck. Ja / op dat ra ſom⸗ et hp hen meerder ongelijck gebet/fp feggen felve dick⸗ tijds be- Jule, dat men in onfe Meere de falighepdt kan beko⸗ kennen. „amen: ende eenen ban hare voomaemften fepde eens / ee p mene Dem herbijde als hp beel Volcks fach ter —9— ngacn, Ö% Afterictus. Hoewel ick graotelijckg neyghe tot de case ene Diemen Wederdoopers noemt, ich ſoũde even⸗ oor nies wel onberffandigh oordeelen / Die de Teere / in de Herc: en aag Jie ghepzedicht/ ter faligvepdt ongenoegbfaemf zg ——— 2 Ach⸗

Early European Books, Copyright © 2011 ProQuest LLC Images reproduced by courtesy of Koninklijke Bibliotheek, Den Haag 234 L 37 [1]

4 Noodige antwoordt

achten. Want ick hebbe gehoort / ende ber ſelfs ghe⸗ tupge/ datde Godtfalighepdt aldaer foo ernftigh/enz Wow De met foo dringhende redenen Werdt ingbefcherpt/ / * ich de Wederdoopers nopt beter heh hooger vr oen. * ke * Eufebius. Ja / als ghy het wel overdenckt / ghy ſult moeten bekennen / dat onſe geheele Leere / neffens de ſupvere kenniſſe Godts / ende des perſoons Chꝛiſti / gantſchelyck Daer toe gerichtis/ dat den Menſche werde vernedert / dat de genade Godts alleen He eere ours Per falighepdt werde ghegeven / ende Han alles wat Daer tac dient / Waer op Wp dan de betrachtinge der „rw Godtfalighept inbrengen / op Dat/ gelijchfe alleen na Pair Godts woordt moet gericht Worden / alfoo pegeljck moge weten / dat hp Daer op int ’t alberminfte niet en Buon mach ruften of ſteunen maer hem door Gode